Eind 2025 kwam alles samen. Digitale soevereiniteit werd steeds belangrijker, maar in de praktijk bleven veel organisaties afhankelijk van grote techbedrijven zoals Microsoft. Na het bouwen van een datawarehouse met Microsoft Fabric voor een klant, ervoer ik zelf de beperkingen: ondoorzichtige kosten, complexe instellingen en een gebrek aan eenvoudige functionaliteiten zoals incrementeel laden. Het voelde alsof je een afgestudeerd Microsoft-specialist nodig had om het systeem goed te laten werken. Daarnaast zag ik hoe organisaties maanden, soms jaren, kwijt waren aan het overstappen tussen tools – tijd en capaciteit die verloren gingen. Het was duidelijk: er moest een betere, toegankelijkere oplossing komen.
Ik had al ervaring met open-source tools zoals Superset, DBT en Airflow, die zelfs door grote bedrijven zoals Microsoft zelf werden gebruikt. Waarom konden we niet een platform bouwen dat de kracht van deze tools combineert, maar dan zonder de complexe afhankelijkheden en hoge kosten? Een platform dat niet alleen technisch sterk is, maar ook best practices standaard maakt – zodat organisaties niet vastlopen in creatieve, maar ononderhoudbare oplossingen. Ik wilde iets creëren voor de vele middelgrote organisaties die het met kleine, flexibele teams moeten doen. Voor hen is elke dag dat een teamlid kwijt is aan het onderhouden van de omgeving, een dag die niet besteed wordt aan waardevolle inzichten.
DataOwn is geboren uit de frustratie dat organisaties vaak kiezen voor 'veilige' oplossingen die in de praktijk juist beperkend en duur blijken. Het is tijd voor een alternatief: een platform dat niet alleen technisch sterk is, maar ook echt past bij de behoeften van organisaties – zonder vendor lock-in, zonder onnodige complexiteit, en met de vrijheid om te kiezen waar je data staat. Zo kunnen organisaties zich richten op wat echt belangrijk is: het halen van waarde uit hun data.